http://icelandicartists.blogspot.com
sunnudagur, mars 18, 2007
Last fm - Icelandic Music & Icelandic Music Scene

http://www.last.fm/tag/is
http://www.last.fm/tag/icelandic
http://www.last.fm/tag/icelandic+connection
http://www.last.fm/tag/icelandic+music
http://www.last.fm/group/Icelandic+Music+Scene
http://www.last.fm/listen/group/Icelandic%20Music%20Scene
Efnisorð:
Icelandic music scene Iceland last fm
Selection of Martin Visser of good Icelandic music

Skaftafell
IJslandse muziek selectie van Martin Visser
Ágætis byrjun Sigur Rós (2000)
Dit is allang geen pop meer, dit is geluid. Verstilde muziek uit hogere sferen. Wel melodieus en met gebruik van veel verschillende instrumenten. Maar wat zingt die man?
Summer make good Múm (2004)
Net zo onverstaanbaar en mogelijk nog weirder. Múm-zangeres zuchtzingt en dan heel hoog. Muziek met effect.
Medúlla Björk (2004)
Abnormaal veel gebruik van a-capella-zang op alle mogelijke manieren. Maakt van Björks album een ongewoon project. Niet de beste CD van haar.
Something wrong Bang Gang (2003)
De verkoper in IJsland noemde dit pop. Yea right. Maar vergeleken bij die andere CD's is dit inderdaad een poppier CD. Overigens niet minder goed.
Fousque Slowblow (2004)
Low-fi uit gletjserland. Veel Sparklehore, misschien een klein beetje Granddaddy. Maar toch echt IJslands. Slowblow heeft ook de muziek van de film Noi Albinoi gemaakt.
Virthulegu forsetar Johann Johannsson (2004)
Dit begint eigenlijk al meer klassiek te worden. Verstild lijkt me ook weer het sleutelwoord. Vier stukken van elk een kwartier waarin blazers steeds hetzelfde thema laten horen. Met minieme tempowisselingen. Hypnotiserend.
Op de site van Bad Taste kun je allerhande IJslandse CD's kopen. Alleen al de beschrijvingen lezen is inspirerend.
http://www.smekkleysa.net
Source:
http://vissie.web-log.nl/vissie/2004/12/muziek_als_een_.html
Mum - Review of concert in Paradiso by Martin Visser (2005)
Engeltjes uit IJsland

Martin Visser
Mijn avond kon niet meer stuk. Ik stapte donderdagavond Paradiso binnen, de laatste tonen van het voorprogramma klonken na en daar galmde de stem van Antony door de zaal. In afwachting van de IJslandse band werden we vergast op het prachtige duet van hem met CoCoRosie, Beautiful boyz. En daarop volgde Casimir Pulaski Day van Sufjan Stevens. Hoe is het mogelijk dat twee van mijn ontdekkingen van dit jaar als opwarmertje werden gedraaid?
Múm heb ik in IJsland "ontdekt". Toen ik daar op vakantie was, heb ik wat CD's gekocht. Ik meldde de verkoper dat ik hield van Sigur Rós en dat ik vergelijkbare muziek zocht. Hij duwde me Summer make good van Múm in handen. Meteen in de vakantie al gedraaid. En net als Sigur Rós maakt ook Múm muziek die typisch bij dat land past. Het ruige natuurlandschap gecombineerd met hun verhalen en sagen over elfjes en trollen, dat hoor je er absoluut in terug. Beide bands maken zweverige, dromigere muziek, waarin zang (en in ieder geval tekst) een ondergeschikte rol speelt. De liedjes van Sigur Rós hebben misschien iets meer samenhang, terwijl Múm eerder collages van geluid en muziek maken.
Om dat live te zien is heel bijzonder. Múm bestaat uit zes man (en een enkele onzichtbare techneut die bij deze band min of meer een medelid is). Alle zes spelen ze allerlei instrumenten. Ik heb de zangeres accordeon zien spelen, bas, mondorgel (of hoe dat ding ook heet), piano, keyboard en ook electronica zien bedienen. De gitarist speelde ook toetsen en bas. De jongen van de electronica speelde ook xylofoon, gitaar en zong. En het meisje met viool, speelde ook op een wonderlijk strijkinstrument met een hoorn erop. En ze zong en tokkelde op de xylofoon. Dan waren er nog de trompettist die ook toetsen speelde en de drummer die daarnaast ook zong.
Veel Múm-nummers zijn instrumentaal (op hun debuut Yesterday was dramatic, today is ok staan voornamelijk instrumentale nummers; op de laatste plaat Summer make hood wordt er meer gezongen). Daarbij is de basis steeds een wonderlijk klinkend ritme uit de drumcomputer aangevuld met bliebjes en piepjes. De drummer speelt er in veel nummer ook live bij, wat overigens een mooie combi is. Voor de rest combineren ze allerlei electronica met akoestische instrumenten. Dus hippe keyboard-klanken met viool en trompet. Bliepjes uit een apparaat plus xylofoon. Soms zijn de liedjes vooral collages van elkaar opvolgende melodietjes en geluidseffecten. Andere keren bouwen ze ene melodie juist helemaal uit en variëren daarop. Beide soorten liedjes zijn erg mooi, de een geeft meer spanning, omdat je met zo'n collage nooit weet waar de muziek uitkomt. Het andere soort liedjes raakt me meer. Daar zit vaker een opstuwende opbouw in. Zeker als de drums steviger worden en de volume toeneemt van de steeds repeterende melodie, is dat heel mooi.
Hier en daar ging er wel wat mis, technisch gezien. Af en toe een piepende microfoon of een te hard ingezette drumloop. Het lijkt me bijna niet te vermijden met zoveel instrumenten en electronica. En dan ook zulke gecompliceerde muziek. Ik snap niet dat ze zelf kunnen onthouden wat ze wanneer spelen. Bijzonder aan Múm is nog wel de zang van Kristín Anna Valtysdóttir. Ze is een frêle verschijning, een IJslands elfje zeg maar. Een beetje Björk, maar dan heel bescheten en verlegen. Haar zang is betoverend, kinderlijk, zacht en hoog. Het geeft de dromerige liedjes een extra mysterieuze sfeer mee. (Overigens heeft zij met haar tweelingszusje Gyða (ook in de band) geposeerd voor de albumhoes van Belle & Sebastian's Fold Your Hands Child, You Walk Like a Peasant).
Het optreden van Múm was in zekere zin ook wel vertederend. De bandleden kwamen nogal verlegen over en er was nauwelijks contact met het publiek. Af en toe maakte Kristín Anna een klein buiginkje en door gingen ze weer met een nieuw liedje. Ze gaven nog één toegift en na lang applaudiseren kwamen ze daarna nog een keer op. Iedereen verwachtte nog een liedje van ze, maar ze bogen vriendelijk lachend en een beetje klungelig. En liepen toen weer van het podium, een verbaasd lachend publiek achterlatend.
Het was betoverend, hemels. Hoog op de muur achter het podium stond nog de tekst uit de tijd dat Paradiso een kerk was: "Soli Deo Gloria". Hoe toepasselijk bij deze engelenmuziek.
Source:
http://vissie.web-log.nl/vissie/2005/09/muziek_engeltje.html

Martin Visser
Mijn avond kon niet meer stuk. Ik stapte donderdagavond Paradiso binnen, de laatste tonen van het voorprogramma klonken na en daar galmde de stem van Antony door de zaal. In afwachting van de IJslandse band werden we vergast op het prachtige duet van hem met CoCoRosie, Beautiful boyz. En daarop volgde Casimir Pulaski Day van Sufjan Stevens. Hoe is het mogelijk dat twee van mijn ontdekkingen van dit jaar als opwarmertje werden gedraaid?
Múm heb ik in IJsland "ontdekt". Toen ik daar op vakantie was, heb ik wat CD's gekocht. Ik meldde de verkoper dat ik hield van Sigur Rós en dat ik vergelijkbare muziek zocht. Hij duwde me Summer make good van Múm in handen. Meteen in de vakantie al gedraaid. En net als Sigur Rós maakt ook Múm muziek die typisch bij dat land past. Het ruige natuurlandschap gecombineerd met hun verhalen en sagen over elfjes en trollen, dat hoor je er absoluut in terug. Beide bands maken zweverige, dromigere muziek, waarin zang (en in ieder geval tekst) een ondergeschikte rol speelt. De liedjes van Sigur Rós hebben misschien iets meer samenhang, terwijl Múm eerder collages van geluid en muziek maken.
Om dat live te zien is heel bijzonder. Múm bestaat uit zes man (en een enkele onzichtbare techneut die bij deze band min of meer een medelid is). Alle zes spelen ze allerlei instrumenten. Ik heb de zangeres accordeon zien spelen, bas, mondorgel (of hoe dat ding ook heet), piano, keyboard en ook electronica zien bedienen. De gitarist speelde ook toetsen en bas. De jongen van de electronica speelde ook xylofoon, gitaar en zong. En het meisje met viool, speelde ook op een wonderlijk strijkinstrument met een hoorn erop. En ze zong en tokkelde op de xylofoon. Dan waren er nog de trompettist die ook toetsen speelde en de drummer die daarnaast ook zong.
Veel Múm-nummers zijn instrumentaal (op hun debuut Yesterday was dramatic, today is ok staan voornamelijk instrumentale nummers; op de laatste plaat Summer make hood wordt er meer gezongen). Daarbij is de basis steeds een wonderlijk klinkend ritme uit de drumcomputer aangevuld met bliebjes en piepjes. De drummer speelt er in veel nummer ook live bij, wat overigens een mooie combi is. Voor de rest combineren ze allerlei electronica met akoestische instrumenten. Dus hippe keyboard-klanken met viool en trompet. Bliepjes uit een apparaat plus xylofoon. Soms zijn de liedjes vooral collages van elkaar opvolgende melodietjes en geluidseffecten. Andere keren bouwen ze ene melodie juist helemaal uit en variëren daarop. Beide soorten liedjes zijn erg mooi, de een geeft meer spanning, omdat je met zo'n collage nooit weet waar de muziek uitkomt. Het andere soort liedjes raakt me meer. Daar zit vaker een opstuwende opbouw in. Zeker als de drums steviger worden en de volume toeneemt van de steeds repeterende melodie, is dat heel mooi.
Hier en daar ging er wel wat mis, technisch gezien. Af en toe een piepende microfoon of een te hard ingezette drumloop. Het lijkt me bijna niet te vermijden met zoveel instrumenten en electronica. En dan ook zulke gecompliceerde muziek. Ik snap niet dat ze zelf kunnen onthouden wat ze wanneer spelen. Bijzonder aan Múm is nog wel de zang van Kristín Anna Valtysdóttir. Ze is een frêle verschijning, een IJslands elfje zeg maar. Een beetje Björk, maar dan heel bescheten en verlegen. Haar zang is betoverend, kinderlijk, zacht en hoog. Het geeft de dromerige liedjes een extra mysterieuze sfeer mee. (Overigens heeft zij met haar tweelingszusje Gyða (ook in de band) geposeerd voor de albumhoes van Belle & Sebastian's Fold Your Hands Child, You Walk Like a Peasant).
Het optreden van Múm was in zekere zin ook wel vertederend. De bandleden kwamen nogal verlegen over en er was nauwelijks contact met het publiek. Af en toe maakte Kristín Anna een klein buiginkje en door gingen ze weer met een nieuw liedje. Ze gaven nog één toegift en na lang applaudiseren kwamen ze daarna nog een keer op. Iedereen verwachtte nog een liedje van ze, maar ze bogen vriendelijk lachend en een beetje klungelig. En liepen toen weer van het podium, een verbaasd lachend publiek achterlatend.
Het was betoverend, hemels. Hoog op de muur achter het podium stond nog de tekst uit de tijd dat Paradiso een kerk was: "Soli Deo Gloria". Hoe toepasselijk bij deze engelenmuziek.
Source:
http://vissie.web-log.nl/vissie/2005/09/muziek_engeltje.html
fimmtudagur, mars 15, 2007
Einar Örn Benediktsson - 5th worst singer of all time

Einar Örn Benediktsson, one of two vocalists in the Icelandic band the Sugarcubes, was chosen the fifth worst singer of all time by UK music magazine Q. Björk, the band’s other vocalist, was chosen the 35th best singer in history.
“I think I can be proud to be on that list,” Benediktsson told Fréttabladid. Only Mariah Carey, Celine Dion, Fred Durst and Ozzy Osbourne, who was chosen the worst singer of all time, finished lower on the list of the 100 worst singers.
"The 10 Worst Singers of All Time" are:
1) Ozzy Osbourne
2) Fred Durst
3) Celine Dion
4) Mariah Carey
5) Einar Orn Benediktsson
6) Heather Small
7) Yoko Ono
8) Nick Heyward
9) Bobby Gillespie
10) Any death metal singer ever
Q also published a list of the 100 best singers in history.
Apart from Björk, another Icelander made it to that list. Jón Thór Birgisson, the lead singer of Sigur Rós, was no. 100. Elvis Presley was chosen the best singer of all times.
Gerast áskrifandi að:
Færslur (Atom)


